H365 | Essay 023
“Nee hoor, ik vier het niet.”
En toen wist ik het even niet meer.
Er zijn van die zinnen die je eigenlijk meteen begrijpt.
“Nee hoor, ik vier het niet.”
Geen verdriet. Geen boosheid. Geen lange uitleg.
Gewoon:
“Nee hoor, ik vier het niet.”
En ineens wist ik het even niet meer.
Want wat doe je dan?
Ga je toch iets kopen? Stuur je een kaart? Sta je even met bloemen voor de deur? Of respecteer je de wens door de dag volledig voorbij te laten gaan?
Het leek eerst een eenvoudige mededeling. Maar ineens voelde iedere keuze alsof die iets betekende.
Want verjaardagen zijn voor veel mensen bijna automatisch geworden.
We feliciteren. We kopen een cadeau. We sturen een kaart. We vragen hoe laat de koffie klaarstaat.
Maar zodra iemand zegt dat de verjaardag niet wordt gevierd, lijkt het soms alsof er nog maar twee mogelijkheden overblijven:
Een hele verjaardag.
Of helemaal niets.
Terwijl daar natuurlijk een hele wereld tussen zit.
Misschien wil iemand geen slingers. Geen kring met visite. Geen taart, kaarsjes of mensen die uit volle borst beginnen te zingen.
Misschien wil iemand gewoon dat het een normale dag blijft.
Maar dat betekent nog niet dat diegene het vervelend vindt om te horen:
“Ik dacht vandaag even aan je.”
Misschien is dat zelfs precies het verschil.
Niet de verjaardag uitgebreid vieren, maar wel laten merken dat je de persoon niet bent vergeten.
Want aandacht hoeft helemaal niet luid te zijn.
Soms is een klein boeket genoeg. Soms een kop koffie. Soms een kaart die iemand rustig open kan maken wanneer het uitkomt.
Niet omdat de verjaardag alsnog gevierd moet worden.
Maar omdat de persoon gezien mag worden.
Misschien vergissen we ons daar soms in.
We denken dat we iemands keuze het beste respecteren door helemaal niets te doen. Terwijl we ondertussen vooral bang zijn om het verkeerde te doen.
